Wat is het juiste lichtklimaat voor legkippen? | HATO Agricultural Lighting
Terug

Wat betekent een juist lichtklimaat voor legkippen?


Nieuws - geplaatst op 19/05/2017

Geschatte leestijd: 8 minuten

Auteur: HATO Agricultural Lighting

 

 

De gezondheid van de legkip, het aantal eieren, ei gewicht, voerinname, voederconversie en zelfs dierenwelzijn kunnen positief beïnvloed worden middels een juist lichtklimaat. Dankzij 40 jaar ervaring mag HATO Agricultural Lighting zich een echte expert op het gebied van agrarische verlichting noemen. Al deze vergaarde kennis geïntegreerd in de HATO Light Academy zorgt ervoor dat wij verlichtingsoplossingen hebben voor elk type applicatie.

 

Agrarische verlichting is van groot belang voor legkippen en wordt veelal over het hoofd gezien ondanks dat hiermee de biologische klok – het bioritme – van de kip wordt beïnvloed. Licht is een krachtige externe stimulus en wordt door de lichtgevoelige cellen in het netvlies opgevangen. Gewenste activiteit en gedrag kunnen hiermee gestuurd worden.

 

 

Lichtgevoelige cellen diep in de hersenen gelegen

Licht dringt - buiten de ogen - door de schedel van de vogel heen. Deze stralen bereiken lichtgevoelige cellen in de hypothalamus, in de pijnappelklier, in het pre-optische gebied van de hersenen en in het laterale septum.

 

Licht dat lichtgevoelige cellen in de dieper gelegen hersengebieden bereikt beïnvloedt biologische processen zoals reproductie. Optimalisering van de invloed van licht, het optimaliseren van biologische processen en het stimuleren van natuurlijk gedrag zal helpen bij het verbeteren van de productie en de verbetering van het welzijn van dieren. Ondanks dat verlichting niet de grootste invloed heeft (zoals voer of ventilatie), kan een slecht lichtklimaat wel leiden tot een afname in productie.

 

 

 

 

Lichtperiodes: de basis

Het lichtklimaat bestaat uit de lichtperiode, lichtintensiteit, lichtspectrum, lichtverdeling en de lichtbron. Om een perfect lichtklimaat te realiseren dienen al deze factoren optimaal te zijn. De lichtperiode is de lengte van de dag, het tegenovergestelde van de donkerperiode: de lengte van de nacht. Kunstlicht is noodzakelijk wanneer je de lichtperiode wilt verlengen om zodoende productie te verhogen. Over het algemeen zijn er drie periodes in het leven van de legkip te onderscheiden, en elk behoeft een specifieke combinatie van licht- en donkerperiode.

 

 

De eerste periode – bestaande uit de eerste 24 tot 48 uur, nadat de kuikens zijn uitgekomen – behoeft een lange lichtperiode van 23 uur. Een lange lichtperiode is nodig om ervoor te zorgen dat de pasgeboren kuikens genoeg tijd hebben om water en voedsel te vinden en te wennen aan hun nieuwe omgeving.

 

 

De tweede periode – de opfok periode – moet ervoor zorgen dat de legkip het juiste gewicht krijgt alvorens over wordt gegaan in de volgende fase. In deze periode wordt de legkip door middel van lichtstimulatie voorbereid op de productie periode. Om lichtstimulatie tijdens de opfok te voorkomen dient een korte lichtperiode van negen uur toegepast te worden. Na ongeveer zestien weken zijn de legkippen klaar om naar de legstal verhuist te worden waarna de derde periode van start gaat. In deze periode – de productie periode – staat lichtstimulatie centraal.

 

 

Licht stimulatie

De legkippen worden extra gestimuleerd wanneer de lichtperiode wordt verlengd van negen naar veertien uur voor witte legkippen en vijftien uur voor bruine legkippen. Lichtstimulatie bestaat uit het activeren van biologische processen; in dit geval seksuele rijping door middel van (een toename in de lichtperiode van het) licht.

 

 

Licht dat de dieper gelegen (in de hypothalamus) lichtgevoelige cellen bereikt bewerkstelligt een hormonale stimulans die effect heeft op het voortplantingssysteem; met seksuele rijpheid tot gevolg. Het legpercentage verschilt niet, wanneer de lichtperiode of in één of in meerdere stappen wordt verhoogd. (zie Fig. 1). Kies datgene wat het best bij de situatie past. Maar let op dat niet de geadviseerde veertien uur voor witte legkippen of vijftien uur voor bruine kippen worden overschreden; de ei productie zal niet toenemen maar de energie kosten zullen wel toenemen.

Figuur. 2.  Legpercentage voor leghennen abrupt verhoogd (blauw) of met stappen van 30 minuten verhoogd (rood) van 8 tot 15 uur op 18 weken leeftijd.

 

 

Aanpassing en licht

Twee andere belangrijke factoren die bijdragen aan een juist lichtklimaat zijn lichtintensiteit en een correcte lichtspreiding. Afgestemd op de lichtperiode draagt een hoge lichtintensiteit bij aan het vinden van water en voer tijdens de eerste 48 uur; hierdoor kunnen de kuikens snel wennen aan hun nieuwe omgeving. Na deze 48 uur dient de lichtsterkte geleidelijk af te nemen tot ongeveer 10 – 15 lux waarbij het gedrag van de kuikens goed in de gaten gehouden dient te worden.

 

 

Na de verhuizing (begin van de productie periode) mag de lichtsterkte worden verhoogd om lichtstimulatie te garanderen. Als voorzorgsmaatregel dien je de lichtsterkte nooit lager dan 10 – 15 lux in te stellen. Het verlagen van de lichtsterkte is namelijk een veelgebruikt redmiddel om activiteit te verminderen, bijvoorbeeld bij ongewenst gedrag zoals pikkerij.

 

 

Dit redmiddel verliest zijn waarde als je direct zou starten met een intensiteit lager dan 10 – 15 lux.

 

 

Het juiste licht op de juiste plek

Toch zal de gemiddelde lichtsterkte in de stal variëren. Het is van belang om de belangrijke plekken in de stal te voorzien van de juiste lichtsterkte. Eenvoudig gezegd kun je een legkippenstal opdelen in twee gebieden; een plek waar de kip kan scharrelen (actief deel) en een plek waar gerust kan worden (rust deel).  Bij traditionele kooi huisvesting is de voerlijn het actieve deel, maar in een volière zijn de voerlijn én de scharrelruimtes het actieve deel. Deze actieve gebieden moeten een voldoende lichtspreiding hebben; geen felle of schaduw plekken, dit om drummen (klusteren van vogels) en grondeieren te voorkomen.

 

 

Rustplekken – met name de nesten – dienen een lagere lichtintensiteit te hebben; niet volledig donker maar een lage lichtintensiteit stimuleert de legkippen om hun eieren in de nesten te leggen of hier te rusten.  Het gebied onder de volière is gevoelig voor grond eieren. Een zeer hoge licht intensiteit kan activiteit dermate verhogen dat legkippen hieronder geen eieren zullen leggen.

 

 

 

Spectrale gevoeligheid

Pluimvee ziet de wereld anders dan wij mensen door het zichtverschil in onze ogen. Ogen bevatten kegeltjes en staafjes (zie fig. 1.), dit zijn lichtgevoelige cellen en de verdeling hiervan verschilt per organisme. Ogen bevatten kegeltjes en staafjes (zie fig. 1.), dit zijn lichtgevoelige cellen en de verdeling hiervan verschilt per organisme. Kegeltjes zijn verantwoordelijk voor zicht en kleurbeleving in een voldoende verlichte omgeving. Waar mensen beschikken over drie type kegeltjes heeft pluimvee er vier; dit vierde kegeltje is verantwoordelijk voor extra zicht in het ultraviolette spectrum.

 

Naast dit extra kegeltje zijn de kegeltjes van pluimvee ook nog eens een stuk gevoeliger dan die van mensen. Door dit verschil in spectrale gevoeligheid voor de verschillende golflengtes – inclusief het ultraviolet deel van het spectrum – is een duidelijk verschil in de beleving van licht vast te stellen.

 

Bijna elk deel van het spectrum wordt intenser beleeft door pluimvee. Hierdoor wordt verlichting intenser ervaren en resulteert een bepaald spectrum in een andere uitkomst met betrekking tot de perceptie van de lichtsterkte. Fig. 3, 4 en 5 laten zien hoe verschillende spectra door pluimvee worden ervaren.

 

 

Figuur. 3. Koudwitte LED. Mens versus pluimvee spectrale gevoeligheid.

 

 

Figuur. 4. Warmwitte LED. Mens versus pluimvee spectrale gevoeligheid.

 

 

Figuur. 5. Fluorescent. Mens versus pluimvee spectrale gevoeligheid.

 

 

Daglicht simulatie

Een optimaal lichtspectrum is essentieel voor pluimvee. Het natuurlijke daglicht spectrum blijkt het meest ideale spectrum (zie Fig. 5 – het natuurlijk daglicht spectrum).

 

Langere golflengten - in staat om huid, veren en schedel te penetreren – zijn nodig om seksuele rijping te stimuleren. Korte golflengten zijn niet in staat hun weg te vinden tot in de schedel van de kip. Ze zijn wel onderdeel van het natuurlijk daglicht spectrum en zijn nodig om de kip te voorzien van een ideaal licht spectrum.

 

Het is van belang dat het aangeboden licht klimaat overeen komt met de behoeften van de legkip. Mocht dit niet het geval zijn dan beperk je de legkip in zijn natuurlijk gedrag. Details worden minder waargenomen met als gevolg dat de legkip minder gebruik zal maken van zijn omgeving (de volière).

 

Een spectrum dat dicht in de buurt komt van het daglicht spectrum zal natuurlijk gedrag stimuleren. Monochromatische kleur verlichting zal het zicht van de kip beperken door de afwezigheid van een volledig spectrum. Dit brengt meteen ook een mogelijk voordeel met zich mee wanneer je dit als middel wilt gebruiken om de activiteit van de legkippen tijdelijk te verminderen (bijvoorbeeld tijdens pikkerij).

 

Figuur. 6. Natuurlijk daglicht spectrum.

 

 

Conclusie

Het verzorgen van optimaal zicht, het stimuleren van activiteit en seksuele rijpheid zijn drie voorbeelden wat je direct met verlichting kunt bereiken in een legkippen stal. Een succesvol lichtprogramma en een juist lichtklimaat zijn inherent aan de behoeften van de legkip en stimuleren de ei productie. Bekende problemen in legkipstallen - zoals als pikkerij en grondeieren - kunnen door middel van verlichting tot een minimum beperkt (of zelfs vermeden) worden.

 

Vergeet niet: verlichting is een zeer waardevol onderdeel van het klimaat management van de stalinrichting.


  • Deel dit nieuws: